Belastingrecht Nederland

BELASTINGEN IN NEDERLAND

De voornaamste directe belastingen in Nederland zijn de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. De loonbelasting geldt als voorheffing op de inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting kent sinds 2001 drie boxen, lagere tarieven, minder aftrekposten en een vast fictief vermogensrendement van 4%.

De inkomstenbelasting kent een progressief tarief met speciale vast tarief voor winst uit aanmerkelijk belang.

De vennootschapsbelasting kent een degressief tarief dat daalt naar mate de belastbare winst stijgt. Daarnaast kent de vennootschapsbelasting een deelnemingsvrijstelling en subjectieve vrijstellingen, objectieve vrijstelling, aftrekbeperking van gemengde kosten, innovatie box, renteaftrekbeperking, giftenaftrek en verliesverrekening.

Er geldt een dividendbelasting met een vast tarief van 15%.

De omzetbelasting in Nederland is een belasting op toegevoegde waarde en kent een algemeen tarief van 21%. Er geldt een lager tarief voor bepaalde leveringen van goederen en diensten genoemd in tabel I en 0% voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de tabel II, mits is voldaan aan bepaalde voorwaarden.

De overdrachtsbelasting wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. De belasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak of het recht waaraan deze is onderworpen of waarop de verkrijging betrekking heeft. Het algemeen tarief is 6%. Een verlaagd tarief van 2% is van toepassing voor de verkrijging van woningen en van rechten waaraan deze zijn onderworpen.

Verkrijgingen krachtens schenkingen en/of overlijden van in Nederland wonende iemand zijn onderworpen aan heffing van successiebelasting van minimaal 10% en maximaal 40% afhankelijk van de waarde van de verkrijging en de relatie tot de schenker of erflater. Er gelden onder voorwaarden vrijstellingen.