Belastingrecht Nederland

BELASTINGEN IN NEDERLAND

De voornaamste directe belastingen in Nederland zijn de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. De loonbelasting geldt als voorheffing op de inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting kent sinds 2001 drie boxen, lagere tarieven, minder aftrekposten en een vast fictief vermogensrendement. Personen die een vermogen hebben tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) zijn vanaf 2021 geen inkomstenbelasting meer verschuldigd over dat vermogen. Het tarief van de inkomstenbelasting wordt vanaf 2021 verhoogd van 30% naar 31%.

Box 3 bestaat uit 3 tariefschijven om belasting te berekenen als volgt: Schijf 1 loopt vanaf 2021 van €50.000 tot €100.000 (2020: €30.849 tot €103.643). Schijf 2 loopt vanaf 2021 van €100.000 tot € 1.000.000 (2020: €103.643 tot €1.036.418). Schijf 3 begint vanaf € 1.000.000 (2020: vanaf €1.036.418). Het vermogen wordt vervolgens verdeeld in enerzijds een deel sparen en een deel beleggen als volgt:

schijf 1 : 67% spaargeld en 33% beleggingen.

schijf 2: 21% spaargeld en 79% beleggingen.

schijf 3: 100% beleggingen.

Vanaf 2021 wordt er 0,03% rendement berekend over het spaargedeelte (0,07% in 2020). Over het beleggingsdeel wordt 5.69% rendement berekend (5,28% in 2020).

De inkomstenbelasting kent een progressief tarief met speciale vast tarief voor winst uit aanmerkelijk belang. De arbeidskorting wordt vanaf 2021 verhoogd naast de algemene heffingskorting. In 2021 daalt het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Het kabinet verlaagt dit tarief tussen 2022 en 2024 verder, tot uiteindelijk 37,03%. Tot slot wordt ook de ouderenkorting verhoogd.

De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2021 jaarlijks verlaagd totdat deze in 2036 uitkomt op € 3.240.

De vennootschapsbelasting kent een degressief tarief dat daalt naar mate de belastbare winst stijgt. Daarnaast kent de vennootschapsbelasting een deelnemingsvrijstelling en subjectieve vrijstellingen, objectieve vrijstelling, aftrekbeperking van gemengde kosten, innovatie box, renteaftrekbeperking, giftenaftrek en verliesverrekening. Vanaf 2021 is Vpb-tarief 15% voor winsten tot € 245.000. In 2022 zal deze grens verder verhoogd worden naar € 395.000. Over het meerdere is het tarief van 25% van toepassing.

Er geldt een dividendbelasting met een vast tarief van 15%.

De omzetbelasting in Nederland is een belasting op toegevoegde waarde en kent een algemeen tarief van 21%. Er geldt een lager tarief voor bepaalde leveringen van goederen en diensten genoemd in tabel I en 0% voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de tabel II, mits is voldaan aan bepaalde voorwaarden.

De overdrachtsbelasting wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. De belasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak of het recht waaraan deze is onderworpen of waarop de verkrijging betrekking heeft. Het algemeen tarief is 6%. Een verlaagd tarief van 2% is van toepassing voor de verkrijging van woningen en van rechten waaraan deze zijn onderworpen. Vanaf 2021 zullen kopers in de leeftijd van 18 tot 35 jaar, die een woning kopen, geen overdrachtsbelasting meer verschuldigd worden. Beleggers gaan echter meer betalen namelijk geen 6% maar 8% overdrachtsbelasting.

Verkrijgingen krachtens schenkingen en/of overlijden van in Nederland wonende iemand zijn onderworpen aan heffing van successiebelasting van minimaal 10% en maximaal 40% afhankelijk van de waarde van de verkrijging en de relatie tot de schenker of erflater. Er gelden onder voorwaarden vrijstellingen.